Een zwaarlijvige politieagent op een scooter in Amel.
Een halve uivormige torenspits op een vrachtwagen in Vielsalm.
Een brandweerwagen met panne die in Salmchateau de helling opgetrokken werd door een heftig rochelende sleepwagen.
Een filiaal van Leen Bakkèr in Malmédy.
Een panorama van Liège-Guillemins, met drie werelden op verschillende niveaus: beneden een typisch Luikse woonwijk: verveloos, vervallen en rommelig, iets hoger het futurische station in aanbouw voor de hogesnelheidstrein naar Duitsland, en op de beboste heuvel het statige observatorium.
Een mislukte foto van St. Vith vanaf een heuvel. Dat stadje ziet er op afstand het beste uit. In de oorlog is het grondig platgebombardeerd. De grootste kerk ziet er niet alleen keurig herbouwd uit, maar ook nogal plomp. Je ziet er onmiddelijk aan af dat je in Duitstalig België bent. De Ardennen staan vol met oorlogsmonumenten, maar de Walen hebben er duidelijk meer werk van gemaakt dan de Ostbelgier. In St. Vith ziet de gemiddelde grafsteen er indrukwekkender uit dan de monumenten voor de Amerikaanse soldaten. De 'planetenroute' is een mooi idee maar erg saai uitgewerkt.
Een eekhoorntje dat een boom in schoot toen ik langs kwam, maar niet verder vluchtte. Dat was het enige wilde dier dat ik gezien heb. Ik heb wel een hert in een weiland horen burlen. De leukste dieren waren prachtige paarden her en der, en een grappig koppel: een ezel en een geit die bereidwillig maar niet geheel belangeloos poseerden voor een helaas mislukte foto. De lastigste dieren kwam ik in de buurt van het veehoudersdorp Rogery tegen: niet de waakhonden, waarvan er een onverhoeds tegen me opsprong met z'n modderige poten, maar de koeien (niet eens stieren) die zich aggressief loeiend achter het lage prikkeldraad opdrongen terwijl ik nerveus op de kaart zat te kijken.